Carpaal tunnel syndroom

1. Omschrijving

Het carpaal tunnel syndroom ontstaat doordat een zenuw (nervus medianus) ter hoogte van de pols gekneld zit. Deze zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een tunnel die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad (het carpale ligament) tussen pink en duimmuis aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de 9 buigpezen van de vingers. De knelling van de zenuw ontstaat door zwelling van de pezen of het bindweefsel, waardoor de druk in de tunnel toeneemt en dus de zenuw gekneld zit in het kanaal.

2. Klachten

De klachten van het carpaal tunnel syndroom zijn over het algemeen vrij typisch. Ze bestaan vaak uit een doof en tintelend gevoel aan de palmzijde van de hand, die uitstraalt naar de duim, wijsvinger, middenvinger en een deel van de ringvinger. Dit zijn precies de vingers die door de geknelde zenuw verzorgd worden. 
 
Soms wordt door patiënten in alle vingers, dus inclusief de pink, een doof gevoel aangegeven. Tevens is er soms een uitstralende pijn vanuit de binnenzijde van de hand, via de elleboogregio, naar de bovenarm en de schouder.
Behalve een doof en tintelend gevoel kan er ook een prikkelend en pijnlijk gevoel in de vingers en in de hand voorkomen. Een gevoel alsof de hand opgezwollen en verstijfd is met krachtsverlies waardoor u dingen kan laten vallen.

Het carpaal tunnel syndroom manifesteert zich veelal spontaan. Meestal start het met nachtelijke klachten. Patiënten geven aan dat ze er wakker van worden en dan met de hand moeten bewegen om de klachten te laten verdwijnen. Ook bij het ontwaken in de ochtend doet dit zich voor. Soms worden de klachten erger als de betreffende hand langdurig wordt gebruikt, zoals bij autorijden, fietsen, telefoneren, lezen of wringen.

Indien het carpal tunnel syndroom al langere tijd bestaat, kan er soms sprake zijn van krachtsverlies in de vingers. Uiteindelijk kan zelfs de spiermassa van de duimmuis zichtbaar slinken.

nervus_medianus

3. Oorzaak

Het polskanaal is zeer nauw en de zenuw is erg gevoelig voor druk. Zodra er een volume toename (door welke oorzaak dan ook) optreedt in het polskanaal, kunnen klachten ontstaan. Mogelijke oorzaken zijn: zwelling van het slijmvlies rond de pezen door reuma of door hormonale veranderingen (bv. zwangerschap, menopauze), een te langzaam werkende schildklier of suikerziekte. Ook kunnen de pezen zwellen door irritatie zoals na forse handenarbeid of door een beenderige afwijking in de tunnel (bv. na een breuk). Veelal is de oorzaak niet gekend.

4. Onderzoeken

Op grond van de klachten en aanvullend lichamelijk onderzoek kan vaak de diagnose al gesteld worden. Om de diagnose te bevestigen wordt een EMG (= elektrisch onderzoek van de zenuw) uitgevoerd. Hierop wordt dan een vertraging van de zenuwgeleiding gezien over het deel van de zenuw dat in het polskanaal is gelegen. Behoudens het zekerstellen van de diagnose kan daarbij tevens worden uitgesloten of de zenuw niet op een andere plaats knel zit. Een soortgelijk klachtenpatroon komt namelijk ook voor bij afknelling van de zenuw in de nek of op andere plaatsen in de arm en dit vereist uiteraard een andere behandeling

5. Behandeling

Als de diagnose met zekerheid wordt gesteld, zal afhankelijk van de oorzaak, de klachtenduur en een aantal andere factoren, een behandeling worden voorgesteld door de handchirurg. Soms is geen behandeling nodig of kan men beter afwachten indien de klachten van voorbijgaande aard zijn (bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap). Ook kan een nachtspalk worden aangemeten waardoor de pols niet kan buigen (want onze natuurlijke slaaphouding is vaak met geplooide polsen). Op die manier zit de zenuw niet meer afgekneld en kunnen de klachten afnemen. 

Soms wordt gekozen voor een injectie in de pols met cortisone om de zwelling van de pezen te verminderen en zo dus terug meer ruimte te creëren in de carpale tunnel. Dit is echter regelmatig maar een tijdelijke oplossing. 

Dan is een operatie noodzakelijk. Het operatiegebied aan de palmzijde van de pols wordt plaatselijk verdoofd. Het carpale ligament (het stevige peesblad) wordt doorgesneden. Hierdoor wordt de zenuw vrijgelegd. Dit gebeurt onder loupevergroting, een speciale bril die alles 4 maal vergroot om de kans op zenuwbeschadiging tot een minimum te herleiden.

6. Nabehandeling

De tintelingen in de vingers zijn bijna steeds onmiddellijk weg na de operatie, maar kunnen ook soms langzamer verdwijnen. Er zijn een aantal factoren die het resultaat van de operatie negatief beïnvloeden: lang bestaande klachten, voor de operatie bestaande continue gevoelsvermindering in de vingers, bestaand verlies van spiermassa van de duimmuis, hogere leeftijd en suikerziekte. 

Het is verstandig dat u de eerste 24 tot 48u de arm omhoog houdt (ev in een draagdoek) en dit om zwelling tegen te gaan. U kan al snel beginnen met bewegen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam maar na enkele dagen gaat dat al veel beter.

Het litteken in de handpalm blijft de eerste 3 maanden gevoelig, met name bij drukken op de handpalm, zoals bij het steunen op de pols. Ook is er in het begin wat krachtsverlies, vnl van de duim. Indien de beschadiging op het EMG onderzoek zeer uitgesproken was, bestaat er een kans dat het gevoel en de kracht niet volledig recupereren.

Boek je online afspraak bij onze hand- en polschirurge Dr. Nele Verhoeven


Vind de juiste behandeling

 

Met onze makkelijke & persoonlijke behandelingsfilters vind je de behandeling die bij jou past.

 

Vind de juiste behandeling

Let's talk!